Congolese jeugd in België op zoek naar een eigen identiteit: “Wie zijn wij?”

Een groot deel van de Congolese jongeren die in België geboren zijn, kampt met een identiteitscrisis. Over het duister koloniaal verleden van Congo en België wordt liever niet meer over gesproken, maar de gevolgen hiervan zijn tot vandaag nog merkbaar. De jeugd die op school of thuis niet genoeg geïnformeerd wordt over de kolonisatie stelt zich nu vragen: "Waarom ben ik hier? Waarom word ik door mijn familie beschouwd als Westerling, maar wordt er in België verwezen naar mij als 'Afrikaan'?"

Text by Trudy Kazangu, illustrations by Je Dessine Bien.

Billy Kalonji, expert culturele diversiteit en vertegenwoordiger van de Afrikaanse gemeenschap in Antwerpen, krijgt dagelijks te maken met Vlaamse jongeren van Congolese afkomst die worstelen met hun identiteit. Ze leiden een dubbelleven. Thuis krijgen ze alles mee van de ouders. Ze worden ondergedompeld in de Afrikaanse keuken en tradities, maar wanneer ze de deur uitgaan, verandert de wereld rondom hen. De verwachtingen zijn helemaal anders. Ze moeten zich zo goed mogelijk aanpassen om een plaats te verdienen in de maatschappij.

“Het is volkomen normaal dat die jongeren zich zo voelen. Er is zo weinig geschreven in de boeken over de kolonisatie en op school wordt het nauwelijks aangehaald. Dat heeft als gevolg dat er een grote onwetendheid heerst, zowel bij Belgen van Belgische oorsprong als bij Belgen met een andere afkomst of niet-Belgen. Als je opgroeit in zo’n systeem is het vanzelfsprekend dat er op lange termijn een gebrek ontstaat in je leven.”

De twee of drie publieke monumenten die verwijzen naar de kolonisatie doen volgens Billy Kalonji geen recht aan het gemeenschappelijk verleden van de twee landen dat meer dan een eeuw lang duurde. “De Belgen braken in de koloniale periode ons geloof, onze cultuur, onze waarden en normen af. Op die manier beroofden ze ons van onze geschiedenis. De ouders van deze gekwelde jeugd zijn de eerste slachtoffers van dit verhaal. Zij waren aanvankelijk niet welkom in België. Het enige verblijf dat ze in die tijd konden bemachtigen, was het studieverblijf. Daarom heb je zoveel Afrikaanse hoogopgeleiden, je kon hier letterlijk niets anders doen dan studeren. Anders werd je teruggestuurd naar je land.”

Michel Kalala: “Het gaat soms zelfs zo ver dat sommige ouders uit schaamte de moedertaal niet eens aanleren aan hun kinderen”

De meeste Congolese ouders zijn hier terechtgekomen nadat ze weggevluchtten voor de miserie uit hun thuisland. Ze schamen zich daarvoor en willen er zo weinig mogelijk over kwijt. “Het gaat soms zelfs zo ver dat sommige ouders uit schaamte de moedertaal niet eens aanleren aan hun kinderen”, zegt Michel Kalala, leraar Lingala, één van de hoofdtalen in Congo. “De laatste drie jaar is het aantal Congolese leerlingen in mijn Lingala lessen sterk gestegen. Dat verbaast mij niet. Ik zeg mijn studenten ook altijd dat ze zich niet hoeven te schamen om het feit dat ze lessen volgen van hun eigen moedertaal. Het is voor mij heel inspirerend om te zien dat de Congolese jeugd teruggrijpt naar hun afkomst.”

Ouders vs School

Is het dan de taak van de ouders of van de school om de jeugd te informeren over de kolonisatie? Frank Staeren en Karin Geleyn, beiden leerkracht geschiedenis in de derde graad van het middelbaar onderwijs, vinden dat scholen wel degelijk een verantwoordelijkheid dragen. We lopen namelijk het gevaar dat ouders een eenzijdige en subjectieve opinie doorgeven aan hun kinderen.  Leerkrachten zijn immers opgeleid om geschiedenis op een genuanceerde en zo objectief mogelijke manier over te brengen.

Volgens Staeren ligt het probleem bij het tijdsgebrek in het leerplan. Leerkrachten moeten op korte tijd veel thema's aan bod laten komen. Ze moeten dus keuzes maken over de te geven leerstof, maar kiezen is verliezen. “Ik geef eerlijk toe dat ik weinig tot niets vertel over de kolonisatie”, zegt Staeren. “Ik vermeld het wel, maar het blijft een heel globale benadering. Ik vind het wel onterecht dat jongeren zich daardoor uitgesloten moeten voelen. Als ik de leerstof zou moeten afstemmen op de roots van al mijn studenten, dan zou het veel te ingewikkeld worden. Als ik bijvoorbeeld het Ottomaans rijk behandel, vind ik het wel heel interessant om feedback te krijgen van de Turkse leerlingen. Als ik meer tijd zou hebben, zou ik uiteraard meer aandacht besteden aan het thema Congo.”

Billy Kalonji wil meer doen en organiseert in Antwerpen de 'Talenten-dag'. Een evenement dat een platform biedt aan jonge Congolezen en andere Afrikanen om hun competenties te versterken en uit te dragen. Het is een constante strijd die niet onmiddelijk een einde zal kennen, maar er over praten is een eerste stap om er mee leren om te gaan.



All new articles