Froze: brieven uit Brussel 03

"Op zoek naar nieuwe inspiratie", dat is de reden waarom Froze, de onlosmakelijk aan Gent verbonden mc, onlangs naar Brussel verhuisde. In een poging om het thuisfront en nu dus ook de Chase lezers op de hoogte te houden van zijn Brusselse avonturen, heeft hij besloten om de komende maanden enkele stukjes aan ‘De Grote Stad‘ te wijden.
 

Over zure melk, witte verf en spiegelpaleizen.

Het moet ergens in de late namiddag geweest zijn toen ik op de deur van zijn appartement op de derde verdieping klopte. Hij deed open in een grijze broek en een afgerafelde, witte T-shirt. Ik ontmoete Frans voor het eerst een paar dagen daarvoor in de hal van mijn appartement. Hij slofte naar beneden om de krant uit de brievenbus te plukken, terwijl ik hem in de andere richting kruiste. Hij had een echte fresh out of bed look. Daarmee bedoel ik, niet degene die je ziet in afgelekte reclamespots. Eerder de keerzijde van de medaille. Voor de rest een dikke buik, grijs haar en een ruïne van een lichaam. 

Ik klopte aan, zonder te weten dat hij het was die de deur zou openen. Het appartement heeft verbazend veel weg van een groot doolhof. De vele kamers en gangen geven je het gevoel dat je in het labyrint van Charters ronddwaalt en zo kwam het dat mijn pad voor de tweede keer onverwachts kruiste met dat van Frans. 

De melk in mijn frigo was na enkele dagen afwezigheid zuur geworden en daarom besloot ik er op stereotiepe wijze te gaan schooien bij een willekeurige buur. Ja, ik drink melk bij mijn koffie en snij bovendien mijn spaghettislierten in zo'n kleine stukjes dat de Italiaanse maffia een prijs op mijn hoofd heeft gezet. Het leven zit vol kleine zondes. 

Hij aarzelde even en vroeg daarna of ik wou binnenkomen. Het appartement was kaal. De witte verf bladerde af van de muren en de weinige meubels die hij had stonden plompverloren in de grote living. Een zetel, een matras, een oude laptop, een frigo en een pak Bastos sigaretten. Voor zover ik mij nog kan herinneren, waren dat zowat zijn belangrijkste bezittingen. Hij opende de deur van de frigo en vroeg me of ik hier al lang woonde. We raakten aan de praat en hij vertelde me over hoe hij naar Brussel was gekomen op zijn 26ste, net als ik. Hoe hij zijn oude stad achter hem had gelaten, net als ik. Ondertussen dacht ik aan hoe het hier zou zijn op het moment dat het geluid van zijn lage stem niet door de ruimte gonsde. Een leeg appartement ondergedompeld in stilte, het moet waarschijnlijk een stilte zijn die je alleen kan vergelijken met de kilte die je kan voelen in lege garageboxen. 

Zo te zien had hij echter een rijk leven gehad. Desondanks zag hij er nu verlaten en uitgeleefd uit. Geen vrouw. Geen kinderen. Geen vrienden, op de postbode na die hem zijn krant bracht. Hoe meer hij vertelde over zijn verleden, hoe meer gelijkenissen ik begon te zien met mijn eigen heden. Hij had twee broers, had vroeger ook muziek gespeeld en rechten gestudeerd. Ik had dan misschien wel geen rechten gestudeerd, maar had wel tot drie maal toe hiervoor een herexamen afgelegd op de hogeschool. Dit feit alleen al schepte een band tussen ons, een 'bindende overeenkomst' zoals men dit binnen een wettelijk kader wel eens durft te noemen. De dunnen lijn tussen ons beiden trok me evenveel aan als dat ze me afschrok. 

En zo verzuurde de melk in mijn frigo wel vaker en kwam ik geregeld bij hem over de vloer. Dan spraken we over zijn verleden, terwijl ik huiverde en zijn Bastos sigaretten er in een razend tempo doorjoeg. Hoe langer ik hem kende, hoe meer ik begon te beseffen dat ik niet per se zoals hem zou eindigen. Hij was een mogelijke ik. Een spiegel waarin ik mogelijk mijn eigen reflectie zou kunnen zien. 

Om hem te bedanken voor zijn gulheid, van zowel melk als sigaretten, besloot ik hem vorige week een fles wijn cadeau te doen. Deze keer was het vroeg in voormiddag toen ik bij hem aanklopte. Ik hoorde een verdwaasde stem achter het hout van de deur. In dezelfde grijze broek en het witte, afgerafelde T-shirt als altijd opende hij de deur. Een walm van goedkope alcohol dreef door de lucht als het smog boven London. Hij hief de lege fles whisky boven het hoofd en brabbelde in een taal die niet te ontcijferen viel. Lippen met witte speekseldraden en de glazige ogen van een spiegelpaleis. Hij trok de fles wijn op agressieve wijze uit mijn handen en zette de hals ervan aan zijn lippen. Hij trok aan mijn arm, maar ik wist me nog net los te rukken en de trap op te lopen. 

Die avond heb ik niet gedronken. Misschien uit respect voor Frans. Wel nog koffie, geen melk. Daarna ben ik naar de nachtwinkel gelopen en heb een pak Lucky Strike gekocht, geen Bastos meer. En zo gebeurde het dat ik afstand nam. Afstand nam van de parallellen tussen zijn verleden en mijn mogelijke toekomst, de spiegel in duizend stukken op de grond gooide en mijn geluk zocht in de scherven ervan.



All new articles