Maak kennis met ontwerpster Katrien Van Hecke en haar basement

Katrien Van Hecke is een ontwerpster die meer aanleunt bij de kunstwereld dan de echte high fashion. Ze gebruikt haar stoffen zoals schilders omgaan met doeken en experimenteert erop los door die op verschillende manieren te kleuren. Dit doet ze allemaal in haar 'Basement' in Antwerpen, waar ze ons even laat binnengluren en ronduit over haar manier van werken en haar visie op de modewereld vertelt.

 



Hoe lang werk je al vanuit deze studio en heeft deze ruimte een grote invloed op jouw creatieproces? 

Ik werk hier sinds maart 2014. Dit is een antikraakpand. Je kan deze ruimte niet aanpassen; je moet jezelf aan de ruimte aanpassen. Dit was ook zo voor de andere gebouwen waarin ik al onderdook. Deze studio heeft dus zeker een invloed op mijn ontwerpen. De lichtgroene muren reflecteren op mijn stoffen, waardoor het effect van de kleuren anders is. De ruimte heeft overigens ook een invloed op het verfproces van mijn stoffen. Dit gebouw is al oud, waardoor de leidingen een andere zuurtegraad hebben. Daardoor moet ik mijn mengsels vaak aanpassen om tot mijn specifieke kleuren te komen. De ruimte heeft zowel positieve als negatieve effecten, maar ondertussen ben ik er al aan gewoon. 

 

Je bent een modeontwerpster, maar je hangt ook dicht bij de kunstwereld met het verhaal dat je wilt vertellen. Hoe zit dat precies?

Ik vertrek vanuit het ruwe doek en het schilderen van stoffen. De persoonlijke interpretatie die ik neerzet op het doek, doe ik door naar verschillende materialen te grijpen die niet conform zijn met wat andere mensen vanzelfsprekend vinden in de modewereld. Ze zijn een soort van eigen tools om zo een narratief element te brengen aan het publiek, dat mijn collecties kan bekijken in verschillende showrooms. Dit is waar ik voor sta, wat mij uniek maakt, en dit wil ik dan ook laten zien. Voor mijn volgende collecties wil ik mijn werk trouwens nog verder als een proces uitpuren, en dit in vorm van installaties. Ik wil dat proces presenteren in een kunstenaarsgegeven: bijvoorbeeld in een galerie, om dan in die context mijn collectie verder op te bouwen. Dan vertrek ik nog altijd van textuur, kleur en vorm, maar werk ik niet meer naar een 'normale' collectie toe.

 


Wat probeer je precies te bereiken met je collecties?

Mijn collecties komen meestal tot stand na een evolutieproces. Ik vind het belangrijk om je eigen identiteit als ontwerper aan die collecties te linken. Het begint telkens met een moodboard. Bij mij komen daar dan de emoties bij, die een uitlaatklep zijn voor mezelf. Kledingstukken hebben een eigen identiteit. Het urban-gehalte vind ik hierbij ook heel belangrijk; je leeft vandaag. Het idee dat je je kledij aanpast aan een gelegenheid, vind ik persoonlijk passé. Voor mij is het belangrijk dat je zowel baskets als hakken onder een kledingstuk kan dragen, of dat je ’s ochtends iets draagt waarin je 's avonds even goed kan gaan feesten. Het gaat over attitude en identiteit. Ik zie mode als een van de meest democratische kunstvormen; het bevindt zich elke dag op straat.

 


Is voor jou het ontwerp van de cut van je kleding ook belangrijk, of gaat het toch vooral om het proces dat je meemaakt door zelf je stoffen te verven?

Voor mij hangen deze beide aspecten wel samen hoor. Elk stuk dat ik maak, is een zoektocht naar de balans tussen kleur en model. Mijn collecties zijn ook vrij klein. Elke print kan gaan op elk kledingstuk, maar als ontwerper heb je beter in de hand welke kleur er best bij de vorm past. Dit is een moeilijke balans voor mezelf, maar ook voor andere modeontwerpers. De meeste ontwerpers beginnen vanuit de vorm en gaan dan verder uitpuren welke kleuren en prints hierbij passen. Zelf vertrek ik vanuit kleurencomposities en textuur. Ik werk met beperkte materialen en zal hier mijn collectie verder op aanpassen en baseren.  

 

Wat zegt de 'traditionele' modewereld nog voor jou?

Ik ben er niet meer mee bezig, ik ga zelfs proberen om mij er volledig van los te schroeven. Het modesysteem is erg verouderd; zowel prêt-a-porter als fast-fashion. Het is gewoon eenheidsworst geworden. Je hebt style.com of vogue.com om alle collecties online te zien... Het zijn gewoon meisjes en jongens die grote tassen dragen en op de catwalk lopen. Het is zo ver weg van de realiteit, het draait puur om the image en het beeld is uitermate saai. Als je kijkt wie er naar fashion shows gaat kijken... dat zijn niet de meest belezen, intelligente mensen. Toen ik dat inzag, dacht ik: dit is niks meer voor mij. Ik kan ook geen vrede nemen met het idee dat ik 'modeontwerpster' ben. Ik zeg meestal gewoon dat ik ontwerper ben en ik ben gestopt met mezelf te vergelijken met andere modeontwerpers. Zij hebben misschien meer omzet in een jaar, maar ik kies toch voor mijn eigen weg. Zoals door dit jaar in een showroom te staan met andere ontwerpers, waar iedereen ook een uitgesproken collectie heeft en waar er een groot verschil in identiteit was. Dit heeft er mij toe geleid om bepaalde conclusies te nemen en om te gaan waarvoor ik sta. 

 

 

Je werkt zo goed als 100% Belgisch. Een bewuste keuze?

Mijn stoffen komen meestal uit Italië, maar de confectie gebeurt hier en de stoffen worden hier door mij bewerkt. Ik zou dit ook absoluut niet anders willen. In lageloonlanden kunnen mensen ook stoffen verven, maar dit zal nooit hetzelfde zijn als wanneer ik die zelf aanraak en manipuleer, en zo zelf omzet tot een kledingstuk wat mensen dan kunnen dragen. Het is wel hardcore en het is eerlijk gezegd bijna niet meer haalbaar. Het vakmanschap bij de producent is bijna helemaal weg. De werknemers bij de fabrikanten zitten bijna allemaal aan de pensioenleeftijd, maar niemand wordt vervangen en de prijzen zijn niet conform. Ik hoop dat hier nog verandering in komt; ooit waren wij de grootste exporteurs van confectie over de hele wereld!

 


Tot slot nog een uitsmijter: met welke andere modeontwerpers en welke muzikanten zou jij graag samen in een studio kruipen?

Wat die muzikanten betreft, ga ik voor Richie Hawtin en Steve Reich. Zij kunnen met abstracte muziek echt een verhaal vertellen. Bij de modeontwerpers kies ik voor Rei Kawakubo van Comme Des Garçons, Martin Margiela en Azzedine Alaïa. Zij zijn allemaal van de oudere stempel, maar ze zijn gewoon echte masters in hun werkveld. Ik zou bij hen niet als hun gelijke in een studio zitten, maar meer als de leerling die ondergedompeld wordt in de kennis van deze meesters. Dat lijkt me heel interessant!



All new articles