CHECK OUR AGENCY For all your social storytelling needs

Onze Zaak op Zwart Goud: “Er zit voldoende potentieel in Limburg om zelfs Antwerpen te evenaren”

Onze Zaak begon oorspronkelijk met Ikke, Peter Parker en DJ Bazemental. Hoe meer zielen hoe meer vreugde echter, dus pikten ze via Genkster Squad ook Youssef op en iets later voegde ook Roach zich bij de bende. Wanneer we hen backstage ontmoeten op Zwart Goud in Maasmechelen, is iedereen aanwezig. Ook Djalu, die tegenwoordig ook voor Onze Zaak producet, en Flowzales. De jongens uit Limburg hebben één ding gemeen: de passie voor oldschool beats en betekenisvolle lyrics. Hoog tijd om de mannen beter te leren kennen en meer te weten te komen over hun toekomstplannen, de Belgische verdeeldheid en hun samenwerking met Stikstof.

 

Jullie videoclips zijn bijna volledig opgenomen in Genk. Bewust?

Ikke: Ja, we proberen dat natuurlijk lokaal te doen. Tonen waar je vandaan komt, is eigen aan de oldschool hiphop. Bovendien is het altijd fijn als mensen herkenbare plekken zien in de videoclip.

Djalu: You can take the boy out the hood, but you can’t take the hood out the boy, nee? (lacht)
 

Niet zo lang geleden kondigden jullie op Facebook aan dat jullie niet langer een ‘groep’ zijn, maar een ‘organisatie’. Wat betekent dat concreet?

Ikke: Nu zijn we officieel een vzw geworden. Onze Zaak wordt zo een organisatie die meer gaat doen dan alleen muziek maken. We gaan bijvoorbeeld de Genkse jeugddienst ondersteunen om het hiphopbeleid in onze stad uit te werken. Vanaf volgend jaar zullen we ook op maandelijkse basis een hiphopavond organiseren in jeugdhuis Ginsert. We willen bovendien een label uit de grond te stampen om lokale artiesten te ondersteunen. We moeten echt wel inzetten op Limburg! 
 

Want daar is nood aan?

Ikke: Ja, de scene in Genk is dood. Er is wel voldoende opvolging, maar de samenhorigheid is verdwenen. De hiphop in Genk bracht vroeger iedereen samen, maar nu is dat een beetje versplinterd, waardoor er heel moeilijk een platform gevormd kan worden. En dat terwijl er genoeg potentieel in heel Limburg zit om dit wel te doen en zelfs Antwerpen te evenaren. Jammer!

 


 

Is het niet in heel België zo dat hiphop wat aan zijn lot wordt overgelaten?

Ikke: Dat ook, maar heel veel heeft te maken met de ingesteldheid van het volk. Niet te vergeten: de dialecten blijven nog altijd een struikelblok. Naar Nederland toe, maar ook in België zelf. Weinig Limburgers luisteren naar rap uit West-Vlaanderen en andersom. Je gaat minder snel naar die muziek luisteren omdat het moeilijker te verstaan is met een ongekend accent. Maar als je die lyrics leest, besef je hoe sterk de tekst eigenlijk is. 

Djalu: Dat is ook wel ieders trots. De Antwerpse scene is in België toch al lang de meest gevestigde. Voordat Tiewai bij Eigen Makelij zat, was dat echter nog een grotere barrière; toen werd er nog meer neergekeken op andere Vlaamse dialecten. Ik herinner me dat Tiewai op zijn eerste clip bij Eigen Makelij veel kritiek kreeg van verschillende Belgen op zijn dialect. Dat is heel vreemd, want we zijn slechts één land waarin we allemaal op amper 100 km van elkaar wonen.
 

Dat is misschien wel een goede weerspiegeling van hoe België tegenwoordig is?

Allemaal: Ja.

Ikke: Zo is dat ook met de Waalse scene in België. Wij hebben heel goede contacten met Stikstof uit Brussel en ook zij vinden het belangrijk om zich te verenigen. Brussel zou natuurlijk de ideale startplek zijn om de Nederlandstalige en Franstalige scene samen te brengen. Als wij meer artiesten met elkaar kunnen uitwisselen, zal er ook meer een Belgische scene ontstaan. Nu hebben we de Vlaamse Rap Awards, dat doet mij bijna denken aan de N-VA. (lacht) 
 

Stikstof dus?

Ikke: Ja, we hebben onlangs met hen in de studio gezeten!

Roach: Trouwens, ik heb pas een goede club ontdekt, Bazaar in Brussel. Vorige week was DJ Premier nog daar!

Flowzales: DJ PREMIER!? Waar? Hier in België?

Roach: Ja, in Brussel! Het is een kleine club, met plaats voor de dj en wat publiek. Als je naar de aftermovies kijkt, zie je iedereen zich geven op die dikke hiphop. Zalig!

 

 

Maakt het jullie uniek dat jullie de scene willen samenbrengen? Waarom is dat gewoon nog niet eerder gebeurd?

Ikke: Nja, ik snap dat wel, iedereen wil gewoon zelf muziek maken en denkt van ‘Waarom moet ik anderen helpen, wie helpt mij?’. Maar dan moet je de moeilijke beslissing nemen om hier afstand van te doen. Het kost gewoon heel veel moeite om dat dan ook nog allemaal klaar te spelen.


Maar nu zit er dan eindelijk beweging in.

Ikke: Nu is er een hele generatie die net als ik meer dan twintig jaar bezig is met hiphop. Die generatie stopt nu misschien langzaamaan met muziek maken zelf, maar gaat achter de schermen wel heel veel organiseren. Er zijn heel veel mensen die willen producen en rappen, maar we hebben ook mensen nodig die iets willen fiksen. België gaat een heel mooie toekomst tegemoet als we hier structuur in brengen en meer gaan samenwerken. In Nederland is dat al langer, aangezien ze daar al sinds de jaren 80 echt serieus met hiphop bezig zijn en betere connecties hebben met Amerika.

Youssef: Ja, iedereen van hier zou dan ook graag naar Nederland willen.
 

Is dat zo?

Youssef: Ja, ik persoonlijk toch alvast wel. Alle artiesten die wij nu en de afgelopen jaren checkten, komen uit Nederland. Die jongens hebben mij ook aangezet tot rappen. Het is voor mij allemaal begonnen bij hun muziek, pas later ben ik ook mijn eigen Vlaamse scene gaan verkennen, waardoor ik bijvoorbeeld Onze Zaak leerde kennen. Eenmaal je ergens mee bezig bent, ga je je daar meer in verdiepen.
 


 

Op Facebook kondigden jullie aan dat dit jullie laatste optreden was voordat jullie terug de studio induiken om op te nemen. Is het belangrijk dat jullie dat echt inplannen?

Ikke: We zijn al heel lang aan het optreden met deze muziek. Het is belangrijk dat we tijd maken om nieuwe dingen te creëren en daarom wilen we het nu even rustig aan gaan doen. We zijn ook met veel meer bezig dan muziek alleen. Zo heb ikzelf twee kinderen die me nodig hebben en iedereen heeft nog andere dingen die ook geregeld moeten worden.
 

Hebben jullie het gevoel dat daarbij nog veel te experimenteren valt, of staan jullie er nu wel?

Peter: We staan er nog lang niet. Wat we tot nu toe hebben gedaan, heeft een bepaalde richting gehad en zelfs daar staan we er naar mijn mening nog niet. Het is nog niet wat we werkelijk kunnen. En kan iemand dat eigenlijk echt zeggen, 'We staan er'?

Ikke: Ja, ik vind ook dat je jezelf als artiest moet blijven uitdagen. We hebben altijd letterlijk in de kelder gezeten en dingen gemaakt. Maar nu we met de nieuwe jongens zijn gaan samenzitten, zoals Djalu die ook producet, ontstaat er een nieuwe sound. Er zijn dingen die we nog niet hebben gedaan en als artiest moet je daar toch voor blijven openstaan. We zijn ook niet meer zo trouw aan één stijl, we kunnen zeker nog nieuwe kanten op. Ik zou me niet comfortabel voelen om te zeggen dat ik hierbij zou blijven. Er blijven dingen je voortdurend inspireren en daarmee kan je aan de slag gaan.
 

Met hoe meer mensen je bent, des te moeilijker het soms ook is om samen te werken?

Flowzales: Dat ligt er natuurlijk aan. Je kan samenwerken, maar je hoeft niet per se dezelfde visie te delen.

Peter: Je hebt altijd mensen die het een ander niet gunnen als die een bepaald niveau bereikt. Maar wij hebben zoiets van: als iemand er geraakt, is dat fijn voor hem of haar. Als dat wat hij maakt nu goed of slecht is, dat maakt ons niet uit. Wat hij eet, gaat mijn buik niet vullen.

Youssef: Ja, stel dat iemand van ons groot zou worden, dan we gunnen elkaar dat. Dat is toch fijn om te zien? Ook de andere mensen uit de scene die je via muziek leert kennen, worden goede vrienden. Muziek brengt jullie samen en ik ben ervan overtuigd dat je betere muziek maakt als je er plezier in hebt.  

 



All new articles